# Hoofdpijn

> Klinisch-redeneerkader bij de klacht hoofdpijn: differentiële diagnose, anamnese, onderzoek en alarmsignalen.

<warning>

Diagnostische samenvatting van [*Diagnostiek van alledaagse klachten* (hoofdstuk 13, Dekker & Smelt, 2021)](https://doi.org/10.1007/978-90-368-2620-4_13). Klinisch redeneren; geen behandelrichtlijn. Combineer met lokaal protocol en actuele NHG-Standaard [*Hoofdpijn*](https://richtlijnen.nhg.org/standaarden/hoofdpijn).

</warning>

## Kernpunten

- Hoofdpijn is zeer prevalent (life-time prevalentie `96 %`); `< 5 %` van de aanvallen leidt tot huisartsbezoek.
- `~50 %` komt met ongerustheid, `20–30 %` met medicatievraag; vraag expliciet naar hulpvraag en verwachtingen.
- De anamnese is het belangrijkste diagnosticum; lichamelijk en aanvullend onderzoek dragen weinig bij bij chronische vormen.
- Onderscheid **primaire** (spannings-, migraine, cluster) van **secundaire** hoofdpijn (trauma, vasculair, tumor, infectie, medicatieovergebruik, e.a.).
- Bij chronische hoofdpijn (`> 15 dgn/mnd`) zit in `60–75 %` medicatieovergebruik.
- Bij debuut `> 50 jaar`, per-acute hevige hoofdpijn, of nieuwe focale uitval: alert op ernstige secundaire oorzaak.
- Een hoofdpijndagboek van `2 maanden` verheldert patroon, frequentie én medicatiegebruik.

## Klacht in bevolking en bij de huisarts

- Life-time prevalentie `96 %`; `34 %` had de afgelopen `2 weken` hoofdpijn; `4 %` chronisch dagelijkse hoofdpijn; `1 %` medicatieovergebruikshoofdpijn.
- Slechts `25–50 %` van de migrainepatiënten en `17 %` van de spanningshoofdpijn-patiënten is bij de huisarts bekend.
- Incidentiepiek tussen `15 en 35 jaar`; prevalentie stijgt tot `65 jaar`.
- `~2 %` van alle huisartscontacten betreft hoofdpijn; `2–5 %` op de SEH.
- Vrouwen : mannen `≈ 1,5–2 : 1`. Uitzondering: clusterhoofdpijn `~3 : 1` m : v.

## Pathofysiologie

- Pijngevoelig: intracranieel de grote arteriën, veneuze sinussen en hersenvliezen; extracranieel het periost, spieren, fascie, bloedvaten, neusbijholten, kaakgewricht, ogen en gebit. Het hersenweefsel zelf is **niet** pijngevoelig.
- **Migraine**: neurovasculair; veranderde flow ± *cortical spreading depression* bij aura. Geen aangetoonde stress-relatie.
- **Spanningshoofdpijn**: verhoogde gevoeligheid schedelmusculatuur en peesaanhechtingen. Relatie met stress of tonusverhoging **niet** bewezen.
- **Clusterhoofdpijn**: structurele hypothalame afwijkingen.

## Kansverdeling (einddiagnose huisarts, FaMe-net)

<table>
<thead>
  <tr>
    <th>
      Diagnose
    </th>
    
    <th>
      Aandeel
    </th>
  </tr>
</thead>

<tbody>
  <tr>
    <td>
      Hoofdpijn ongespecificeerd
    </td>
    
    <td>
      <code>
        46 %
      </code>
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      Bovensteluchtweginfectie / sinusitis
    </td>
    
    <td>
      <code>
        15 %
      </code>
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      Nek- of spierpijn
    </td>
    
    <td>
      <code>
        5 %
      </code>
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      Spanningshoofdpijn
    </td>
    
    <td>
      <code>
        5 %
      </code>
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      Migraine
    </td>
    
    <td>
      <code>
        4 %
      </code>
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      Commotio
    </td>
    
    <td>
      <code>
        2 %
      </code>
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      Ander virus
    </td>
    
    <td>
      <code>
        2 %
      </code>
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      Geneesmiddel / bijwerking
    </td>
    
    <td>
      <code>
        1 %
      </code>
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      Overige
    </td>
    
    <td>
      <code>
        8 %
      </code>
    </td>
  </tr>
</tbody>
</table>

## Differentiële diagnose

### Primaire hoofdpijnsyndromen (ICHD-3)

<accordion>
<accordion-item icon="i-lucide-circle-dot" label="Spanningshoofdpijn (tension-type)">

**Chronisch**: hoofdpijn op `> 15 dagen` per maand gedurende `> 3 maanden`, uren–dagen tot continu aanwezig.

Ten minste `2` van:

- tweezijdig
- drukkend of gespannen gevoel (niet-bonzend)
- milde tot matige klachten
- géén verergering door normale lichamelijke activiteit (wandelen, traplopen)

Tevens:

- `≤ 1` van: fotofobie, fonofobie, milde misselijkheid
- géén matig–ernstig braken

**Frequent**: `≥ 10` episodes op `1–14 dagen/mnd` gedurende `≥ 3 maanden`.

**Laagfrequent**: `≤ 1 dag/mnd` gemiddeld.

</accordion-item>

<accordion-item icon="i-lucide-zap" label="Migraine, met of zonder aura">

Onbehandelde aanval `4–72 uur`. Voor diagnose zonder aura: `≥ 5` aanvallen.

Hoofdpijn met `≥ 2` van:

- eenzijdig
- bonzend karakter
- matig–ernstig
- verergering door of vermijden van normale lichamelijke activiteit

Tijdens hoofdpijn `≥ 1` van:

- misselijkheid en/of braken
- foto- én fonofobie

**Aura** (bij `~15 %`): volledig reversibele visuele / sensibele / spraaksymptomen, ontwikkelt zich geleidelijk, duurt `≤ 60 min` (gem. `22 min`). Hoofdpijn ontstaat binnen `60 min` na einde aura. Géén motorische, hersenstam- of retinale symptomen.

Verschil met TIA: TIA-visus is monoculair en acuut; migraine-aura is binoculair (één zijde in beide gezichtsvelden) en geleidelijk.

</accordion-item>

<accordion-item icon="i-lucide-flame" label="Clusterhoofdpijn en TAC's">

Aanvalsgewijze zéér hevige, strikt eenzijdige hoofdpijn rond oog en temporaal.

- Duur per aanval `15 min` – `3 uur`.
- Frequentie `1×` per `2 dagen` tot `8×` per dag, vaak 's nachts.
- Altijd aan dezelfde zijde.
- Ipsilateraal: tranend rood oog, ptosis, miosis, loopneus.
- `75 %` man. **Bewegingsdrang** (onderscheid met migraine; die patiënt wil juist stilliggen).
- Episodisch (clusters van enkele weken) óf chronisch (geen aanvalsvrije periodes).

Chronische paroxismale hemicrania lijkt erop, maar is zeer zeldzaam (mogelijk de vrouwelijke variant).

</accordion-item>
</accordion>

### Secundaire hoofdpijn: denk aan

<table>
<thead>
  <tr>
    <th>
      Oorzaak
    </th>
    
    <th>
      Frequentie
    </th>
    
    <th>
      Denk aan
    </th>
  </tr>
</thead>

<tbody>
  <tr>
    <td>
      Medicatieovergebruikshoofdpijn
    </td>
    
    <td>
      vaak
    </td>
    
    <td>
      <code>
        > 15 dgn/mnd
      </code>
      
       pijnstillers (of <code>
        > 10 dgn/mnd
      </code>
      
       triptanen/combi's) gedurende <code>
        ≥ 3 mnd
      </code>
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      Koortsende ziekte / virus
    </td>
    
    <td>
      vaak
    </td>
    
    <td>
      Meningitis bij koorts + hoofdpijn + nekstijfheid
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      Geneesmiddelbijwerking
    </td>
    
    <td>
      vaak
    </td>
    
    <td>
      Cardiovasculair, antidepressiva, anticonceptie, NSAID's, sint-janskruid
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      Sinusitis / bovensteluchtweginfectie
    </td>
    
    <td>
      vaak
    </td>
    
    <td>
      Hoofdpijn zelden hoofdklacht; vaak overgeattribueerd
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      Aandoening nek, ogen, oren, kaak, gebit
    </td>
    
    <td>
      vaak
    </td>
    
    <td>
      Pijn verdwijnt na behandeling onderliggend probleem
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      Trauma
    </td>
    
    <td>
      soms
    </td>
    
    <td>
      Subduraal hematoom, postcommotioneel syndroom
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      Vaataandoening (SAB, CVA, arteriitis temporalis)
    </td>
    
    <td>
      zelden
    </td>
    
    <td>
      Per-acute occipitale hoofdpijn na inspanning → SAB
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      Hersentumor / -infectie
    </td>
    
    <td>
      zelden
    </td>
    
    <td>
      <code>
        50 %
      </code>
      
       van tumoren geeft hoofdpijn, maar zelden als enige klacht
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      Trigeminusneuralgie
    </td>
    
    <td>
      zelden
    </td>
    
    <td>
      Scherp stekend, trigger-punten (aanraking, tandenpoetsen)
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      Metabool (hypoxie, hypercapnie, hypoglykemie)
    </td>
    
    <td>
      zelden
    </td>
    
    <td>
      Context geeft richting
    </td>
  </tr>
</tbody>
</table>

<note>

Hoofdpijn die onveranderd *> 3 maanden* als enig symptoom bestaat, sluit een hersentumor praktisch uit.

</note>

## Anamnese: de diagnostische motor

Verreweg de meeste diagnoses worden op anamnese gesteld. Doorloop systematisch.

### Tijdsduur en beloop

- **Acuut**: CVA/SAB, meningitis, cluster, sinusitis, cervicogeen, secundair bij infectie.
- **Chronisch recidiverend**: migraine, spanningshoofdpijn, medicatieovergebruik, bijwerking.
- **Aanvalsgewijs**:

  - migraine: identieke korte hevige aanvallen
  - spanningshoofdpijn: wisselend van `30 min` tot `~1 week`
  - cluster: clusters van aanvallen, dan aanvalsvrij
- `> 15 dgn/mnd` → chronische spanningshoofdpijn, medicatieovergebruik, of (zelden) chronische migraine.

### Ernst (`1–10`)

- Migraine `7–9`.
- Spanningshoofdpijn `3–8`.
- Clusterhoofdpijn extreem (`> 9`, invaliderend).
- Trigeminusneuralgie zeer heftig stekend.

### Soort pijn en lokalisatie

- **Bonzend** → migraine.
- **Drukkend, "band om het hoofd"** → spanningshoofdpijn.
- **Extreem heftig, eenzijdig periorbitaal/temporaal** → cluster.
- **Bitemporaal of over het hele hoofd** → spanningshoofdpijn.
- **Eenzijdig temporaal bij ouderen + dikke pijnlijke a. temporalis + hoge BSE** → arteriitis temporalis.
- **In één oog, diffuse pericorneale roodheid, matig wijde lichtstijve pupil** → acuut glaucoom.
- **Voorhoofd + verkoudheid** → sinusitis / BLWI.

### Begeleidende symptomen

- Misselijkheid/braken én foto-/fonofobie → migraine.
- Toename bij normale inspanning + patiënt wil stilliggen → migraine.
- Bewegingsdrang, ipsilateraal oog- + neussymptomen → cluster.
- Aura (binoculair, geleidelijk, reversibel) → migraine met aura.
- <u-tooltip text="epileptische aanval (insult)">
<span>

Toevallen

</span>
</u-tooltip>

, zwakte, verwardheid → verhoogde kans op hersentumor.
- Persistente visusstoornis → arteriitis temporalis, glaucoom.
- Prodromen (stemming, gedrag dag voor aanval) → migraine.

### Likelihood-ratio's: migraine versus spanningshoofdpijn

<table>
<thead>
  <tr>
    <th>
      Kenmerk
    </th>
    
    <th align="right">
      LR+ migraine
    </th>
  </tr>
</thead>

<tbody>
  <tr>
    <td>
      Braken
    </td>
    
    <td align="right">
      <code>
        23,2
      </code>
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      Fotofobie
    </td>
    
    <td align="right">
      <code>
        6,0
      </code>
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      Fonofobie
    </td>
    
    <td align="right">
      <code>
        5,2
      </code>
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      Uitlokking door kaas
    </td>
    
    <td align="right">
      <code>
        4,9
      </code>
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      Uitlokking door chocolade
    </td>
    
    <td align="right">
      <code>
        4,6
      </code>
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      Toename bij lichamelijke inspanning
    </td>
    
    <td align="right">
      <code>
        3,7
      </code>
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      Stekend / pulserend
    </td>
    
    <td align="right">
      <code>
        3,3
      </code>
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      Unilaterale pijn
    </td>
    
    <td align="right">
      <code>
        3,1
      </code>
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      Duur <code>
        4–24 uur
      </code>
    </td>
    
    <td align="right">
      <code>
        1,7
      </code>
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      Duur <code>
        24–72 uur
      </code>
    </td>
    
    <td align="right">
      <code>
        1,4
      </code>
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      Duur <code>
        < 4 uur
      </code>
    </td>
    
    <td align="right">
      <code>
        0,52
      </code>
    </td>
  </tr>
</tbody>
</table>

### Provocerende factoren en context

- Menstruatie, wijn, slaaptekort of ritmeverstoring → migraine.
- Alcohol tijdens clusterperiode → cluster.
- Staken van cafeïne → weekend-hoofdpijn.
- Langdurig triptaan- of pijnstillergebruik, cardiovasculaire medicatie, antidepressiva, anticonceptie, sint-janskruid → bijwerking of overgebruik.
- Recent hoofdtrauma (`< 6 weken`) → sub-/epiduraal hematoom mogelijk.
- Voorgeschiedenis maligniteit of immuuncompromitterend lijden → hersenmetastasen of opportunistische infectie.

### Patroonsignalen met beperkte, maar richtinggevende waarde

- Hoofdpijn in de nacht waarvan patiënt wakker wordt → cluster.
- Hoofdpijn bij opstaan → depressie, slaapstoornis, medicatieafhankelijkheid, of tumor.
- Hoofdpijn die gedurende de dag toeneemt → spanningshoofdpijn.
- Pijn die persisteert ondanks opklimmende medicatie (*≥ 3 mnd*) → medicatieovergebruik.
- Pijn bij intracerebrale drukverhoging (hoesten, persen, inspanning, seks) → denk intracerebrale oorzaak.
- Moeheid, slecht slapen, concentratieproblemen → spanningshoofdpijn.
- Verandering van karakter of ernst van bestaande hoofdpijn → nieuwe (mogelijk ernstige) oorzaak.

### Hulpvraag en beleving

- Ongerustheid (*~50 %*): angst voor tumor of bloeding, zelden spontaan gemeld.
- Medicatievraag (*20–30 %*): zelfmedicatie onvoldoende.
- Disfunctioneren op werk, school, sociaal.
- Vraag expliciet naar ideeën, zorgen en verwachtingen.

## Hoofdpijndagboek

Zinvol bij:

- onduidelijke diagnose of combinatie spanningshoofdpijn + migraine
- verdenking medicatieovergebruik (toont gebruik én frequentie)
- evaluatie van aanvals- of preventieve behandeling

<steps>

### Geef het dagboek mee

Leg doel uit: patroonverheldering, geen dagelijks afvinken van alle symptomen.

### Laat patiënt noteren

Duur, ernst (*1–10*), gebruikte medicatie én effect. Begeleidende symptomen en triggers niet dagelijks herhalen.

### Bespreek na `2 maanden`

Let op **frequentie** (vaak onderschat; de laatste aanval kleurt de beleving), identieke korte aanvallen (→ migraine) versus wisselende duur/ernst (→ spanningshoofdpijn), en medicatiedagen.

### Stel beleid bij

Geen behandeling, aanvalsbehandeling, preventie, of stop-medicatieovergebruik.

</steps>

## Lichamelijk onderzoek

Bij chronische primaire hoofdpijn draagt LO weinig bij. Verricht **op indicatie**:

- **Oriënterend neurologisch + algemeen LO** bij nieuwe of veranderde hoofdpijn, of chronische hoofdpijn (`≥ 15 dgn/mnd`).
- **Bloeddruk** bij mannen `> 40j` of vrouwen `> 50j` met nieuwe hoofdpijn, of voorgeschiedenis van hypertensie.
- **Tijdens clusteraanval**: rood/tranend oog, ptosis, miosis, loopneus.
- **Arteriitis temporalis**: palpatie a. temporalis (dik, pijnlijk) + BSE.
- **Nekstijfheid** bij koorts + hoofdpijn (meningitis, SAB).
- **Pupillen**: pupilverschil → acuut glaucoom, cluster, of neurologische afwijking.

Weinig of niet-bijdragend:

- Palpatie nekmusculatuur: geen relatie met spanningshoofdpijn.
- Bloeddruk als oorzaakzoeker: alleen maligne hypertensie (diastolisch `≥ 125 mmHg`) geeft aangetoond hoofdpijn.

Algemeen LO is vooral zinvol bij verdenking secundaire hoofdpijn, en bij kinderen of ouderen met communicatieproblemen.

## Aanvullend onderzoek

### Bloedonderzoek

- Geen indicatie bij hoofdpijn, behalve **BSE** bij verdenking arteriitis temporalis.

### Beeldvorming

<note>

Bij chronische hoofdpijn zónder neurologische afwijkingen is de kans op een klinisch relevante afwijking op CT/MRI gelijk aan die in de algemene populatie. Wel is de kans op toevalsbevindingen verhoogd, met extra angst, verwijzingen en zorgkosten. Geruststellend effect van beeldvorming houdt *< 1 jaar* aan.

</note>

**CT/MRI overwegen** bij:

- atypische hoofdpijn of recente verandering van patroon
- herhaalde, steeds aan dezelfde zijde optredende auraverschijnselen
- epileptische aanvallen in de voorgeschiedenis
- focale neurologische symptomen of neurologische afwijkingen bij LO
- eerste aanval clusterhoofdpijn (uitsluiten hypofysetumor, sinustrombose, aneurysma) → verwijs neuroloog

**Röntgen** alleen bij verdenking fractuur na trauma.

### Acute heftige hoofdpijn

- Verdenking **SAB**: directe verwijzing naar neurochirurgisch centrum → CT-hersenen (sensitiviteit `~95 %` binnen `24 uur`). Bij niet-diagnostische CT: lumbaalpunctie, MRI of angiografie.
- Verdenking **meningitis**: CT + lumbaalpunctie.

### Chronische hoofdpijn

- Geen EEG of beeldvorming bij migraine of chronische spanningshoofdpijn zonder neurologische afwijkingen.
- Bij kinderen: EEG alleen als epilepsie in DD staat.

## Alarmsignalen: directe beoordeling

<warning>

**Verwijs of onderzoek met spoed bij:**

- **Per-acuut** ontstane hevige hoofdpijn (*thunderclap*, vaak na inspanning, soms "knapje in het hoofd"; SAB).
- Hevige hoofdpijn + **koorts, nekstijfheid en/of gedaald bewustzijn** (meningitis, encefalitis).
- **Nieuwe focale neurologische uitval**.
- Voorgeschiedenis **maligniteit** (vooral melanoom, mamma-, longcarcinoom) of immuuncompromitterende aandoening.
- **Recent hoofdtrauma** (*<6 weken*), vooral bij antistolling of persisterende/toenemende pijn.
- **Debuut** *>50 jaar*, vooral met dikke pijnlijke a. temporalis en hoge BSE (arteriitis temporalis).
- Epileptische aanval (ookwel *toeval*), zwakte of verwardheid bij chronische hoofdpijn.

</warning>

## Hoofdpijn bij kinderen

- `40 %` van kinderen `< 7j` en `75 %` van kinderen tot `15j` heeft weleens hoofdpijn.
- Migraine `3–10 %` bij `5–15j`; vóór puberteit vaker bij jongens, daarna vaker bij meisjes.
- Vegetatieve verschijnselen overheersen: braken (`90 %`), misselijkheid (`88 %`), transpireren (`50 %`).
- Pijn vaker bilateraal (`65 %`), korter dan bij volwassenen (`< 5 uur` bij `64 %`).
- Bij zeer jonge kinderen: "abdominale migraine": buikpijn en braken kunnen domineren, hoofdpijn soms afwezig.
- Bij zeer kortdurende aanvallen: verhoogd percentage epileptiforme EEG-afwijkingen; overweeg epilepsie in DD.

## Verwijscriteria

- Alarmsignalen (zie boven) → spoedverwijzing.
- Eerste aanval clusterhoofdpijn → neuroloog (beeldvorming).
- Chronische hoofdpijn met diagnostische twijfel, therapie-resistent, of verdenking secundaire oorzaak → neuroloog.
- Verdenking arteriitis temporalis → met spoed internist of reumatoloog.

## Bijlage: ernstige secundaire hoofdpijn

Kenmerken per aandoening waarbij nadere beoordeling (meestal met spoed) nodig is. Eén kenmerk is zelden bewijzend; stapeling verhoogt de kans. Aandoeningen met een aparte NHG-Standaard zijn aangegeven.

<table>
<thead>
  <tr>
    <th>
      Aandoening
    </th>
    
    <th>
      Risicofactoren / kenmerken
    </th>
  </tr>
</thead>

<tbody>
  <tr>
    <td>
      <strong>
        Subarachnoïdale bloeding
      </strong>
    </td>
    
    <td>
      (per)acuut ontstane hevige hoofdpijn · nekpijn · nekstijfheid · gedaald bewustzijn · begin tijdens inspanning · leeftijd <code>
        > 40 jaar
      </code>
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      <strong>
        Intracerebrale bloeding
      </strong>
      
       <a href="https://richtlijnen.nhg.org/standaarden/beroerte" rel="nofollow">
        <em>
          (NHG-Standaard Beroerte)
        </em>
      </a>
    </td>
    
    <td>
      acuut ontstane hoofdpijn · gedaald bewustzijn · (progressieve) neurologische uitvalsverschijnselen · misselijkheid, braken · stollingsstoornis of gebruik anticoagulantia
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      <strong>
        Herseninfarct
      </strong>
      
       <a href="https://richtlijnen.nhg.org/standaarden/beroerte" rel="nofollow">
        <em>
          (NHG-Standaard Beroerte)
        </em>
      </a>
    </td>
    
    <td>
      acuut, zonder voortekenen ontstane neurologische uitval · uitvalsverschijnselen tegelijkertijd ontstaan · niet gevolgd door unilaterale bonkende hoofdpijn · mogelijk: bewustzijnsdaling, progressieve uitval, hoofdpijn, misselijkheid, braken
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      <strong>
        Dissectie cervicale arteriën
      </strong>
    </td>
    
    <td>
      acuut ontstane eenzijdige hoofd-/nekpijn · voorafgaand trauma · begin tijdens inspanning · (incompleet) syndroom van Horner · voorgeschiedenis bindweefselziekte/vasculitis · uitvalsverschijnselen
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      <strong>
        Meningitis
      </strong>
    </td>
    
    <td>
      koorts · nekstijfheid · gedaald bewustzijn · petechiën · bij jonge kinderen: prikkelbaarheid, luierpijn, bolle fontanel
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      <strong>
        CO₂-intoxicatie
      </strong>
    </td>
    
    <td>
      hoofdpijn · duizeligheid · misselijkheid · moeheid · verwardheid · gedaald bewustzijn · andere huisgenoten met dezelfde klachten
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      <strong>
        Veneuze sinustrombose
      </strong>
    </td>
    
    <td>
      visusdaling · epileptische insulten · misselijkheid · braken
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      <strong>
        Subduraal hematoom
      </strong>
    </td>
    
    <td>
      voorafgaand trauma (<code>
        < 6 weken
      </code>
      
      ) · progressieve hoofdpijn · neurologische uitvalsverschijnselen · stollingsstoornis of gebruik anticoagulantia · leeftijd <code>
        ≥ 65 jaar
      </code>
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      <strong>
        Hersentumor
      </strong>
      
       (primair of metastasen)
    </td>
    
    <td>
      maligniteit in voorgeschiedenis (vooral mamma-, longcarcinoom, melanoom) · leeftijd <code>
        ≥ 50 jaar
      </code>
      
       of <code>
        < 6 jaar
      </code>
      
       · eerste insult · pulserende hoofdpijn · braken · neurologische uitval · houdingsinstabiliteit · achteruitgang schoolprestaties · nachtelijke hoofdpijn
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      <strong>
        Hersenabces / encefalitis
      </strong>
    </td>
    
    <td>
      koude rillingen, koorts · IV drugsgebruik · immuuncompromitterende aandoening · neurologische uitvalsverschijnselen
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      <strong>
        Chiari-malformatie
      </strong>
    </td>
    
    <td>
      hoofdpijn tijdens hoesten of persen
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      <strong>
        Hypertensieve crisis
      </strong>
    </td>
    
    <td>
      RR diastolisch <code>
        > 120–130 mmHg
      </code>
      
       <strong>
        én
      </strong>
      
       systolisch <code>
        > 200–220 mmHg
      </code>
      
       · verwardheid · insulten · gedaald bewustzijn · neurologische uitvalsverschijnselen
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      <strong>
        Acuut glaucoom
      </strong>
      
       <a href="https://richtlijnen.nhg.org/standaarden/rood-oog-en-oogtrauma" rel="nofollow">
        <em>
          (NHG-Standaard Rood oog en oogtrauma)
        </em>
      </a>
    </td>
    
    <td>
      rood, dof (troebele cornea) en pijnlijk oog · middelwijde lichtstijve pupil · halo's rond lichtbronnen · visusdaling · misselijkheid, braken
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      <strong>
        (Pre-)eclampsie
      </strong>
      
       <a href="https://richtlijnen.nhg.org/standaarden/zwangerschap-en-kraamperiode" rel="nofollow">
        <em>
          (NHG-Standaard Zwangerschap en kraamperiode)
        </em>
      </a>
    </td>
    
    <td>
      tweede helft zwangerschap · RR systolisch <code>
        ≥ 130 mmHg
      </code>
      
       en/of diastolisch <code>
        ≥ 85 mmHg
      </code>
      
       · pijn bovenbuik / tussen schouderbladen · visusklachten (sterretjes, lichtflitsen, dubbelzien) · misselijkheid/braken · ziek of griepachtig gevoel zonder koorts · plotseling vocht vasthouden in gezicht, handen of voeten
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      <strong>
        Arteriitis temporalis
      </strong>
      
       <a href="https://richtlijnen.nhg.org/standaarden/polymyalgia-rheumatica-en-arteriitis-temporalis" rel="nofollow">
        <em>
          (NHG-Standaard Polymyalgia rheumatica en arteriitis temporalis)
        </em>
      </a>
    </td>
    
    <td>
      leeftijd <code>
        ≥ 50 jaar
      </code>
      
       · visusproblemen (gezichtsveldverlies, snelle visusdaling, dubbelzien) · heftige uni-/bilaterale stekende of bonzende slaaphoofdpijn · gevoelige hoofdhuid · kaakclaudicatie · PMR-klachten
    </td>
  </tr>
</tbody>
</table>

## Verwant

- [Migraine](/aandoeningen/migraine): NHG-samenvatting met behandelbeleid

<bronnen>

## Bron

### Hoofdbron

- Dekker F, Smelt AFH. *Hoofdpijn*. In: *Diagnostiek van alledaagse klachten*. Hoofdstuk `13`. Bohn Stafleu van Loghum, `2021`. Print ISBN `978-90-368-2619-8`, elektronisch ISBN `978-90-368-2620-4`. DOI: [10.1007/978-90-368-2620-4_13](https://doi.org/10.1007/978-90-368-2620-4_13).

### Classificatie

- Olesen J (chair). *International Classification of Headache Disorders* (ICHD-3). *Cephalalgia* `2013`;`33`:`629–808` (bèta); finale `3e` editie `2018`.

### Richtlijnen (voor behandelbeleid)

- NHG-Standaard *Hoofdpijn*.
- NHG-Standaard *Beroerte*: bij verdenking intracerebrale bloeding of herseninfarct.
- NHG-Standaard *Polymyalgia rheumatica en arteriitis temporalis*.
- NHG-Standaard *Rood oog en oogtrauma*: bij verdenking acuut glaucoom.
- NHG-Standaard *Zwangerschap en kraamperiode*: bij verdenking (pre-)eclampsie.
- Commissie Kwaliteitsbewaking NVN. *Richtlijnen diagnostiek en behandeling chronisch recidiverende hoofdpijn zonder neurologische afwijkingen*. Nederlandse Vereniging voor Neurologie, `2007`.

### Aanvullende naslag

- Van de Lisdonk EH e.a. *Ziekten in de huisartspraktijk*. Elsevier Gezondheidszorg, `2008`.
- Silberstein SD, Lipton RB, Goadsby PJ. *Headache in clinical practice*. Isis Medical Media, `1998`.
- Smetana GW. The diagnostic value of historical features in primary headache syndromes. *Arch Intern Med* `2000`;`160`:`1729–37`.

</bronnen>
