# Vergeetachtigheid

> Klinisch redeneren bij vergeetachtigheid: onderscheid dementie / MCI / delier / depressie / somatische oorzaken, (hetero)anamnese, cognitieve functietests en aanvullend onderzoek.

<warning>

Diagnostische samenvatting van [*Diagnostiek van alledaagse klachten* (hoofdstuk `70`, Perry, Dieleman, Claassen & Olde Rikkert, `2021`)](https://doi.org/10.1007/978-90-368-2620-4_70). Klinisch redeneren: geen behandelrichtlijn. Combineer met NHG-Standaard [*Dementie*](https://richtlijnen.nhg.org/standaarden/dementie) en lokaal protocol.

</warning>

## Kernpunten

- Vergeetachtigheid is een klacht, geen diagnose. Differentieer **dementie, MCI, delier, depressie, somatische oorzaken** (medicatie, schildklier, B₁₂, alcohol) en **functionele klachten**.
- Cognitieve stoornis **mét gevolgen voor dagelijks functioneren** = dementie. Diagnose volgens McKhann-criteria: beperking in `≥ 2` cognitieve of gedragsmatige domeinen, toegenomen t.o.v. eerder niveau, **niet** verklaard door delier of depressie.
- **Geen populatiescreening** (Nederlandse consensus). Wél laagdrempelige case-finding bij hulpvraag of signalen van patiënt of naaste.
- **Heteroanamnese is onmisbaar.** Klachten van de omgeving over dagelijks functioneren voorspellen sterker dan klachten van de patiënt zelf.
- Diagnose dementie kan **niet in** **1** **consult** worden gesteld; meerdere contacten plus bij voorkeur huisbezoek.
- Sluit altijd **behandelbare oorzaken** uit: medicatie (anticholinergica, benzodiazepinen, antipsychotica), delier, depressie, hypothyreoïdie, B₁₂-tekort, subduraal hematoom, NPH.
- Alarmsignalen: bewustzijnsdaling (delier), recent hoofdtrauma (SDH), focale uitval (TIA/CVA/tumor), snel progressief beloop, leeftijd `< 65 jaar`.

## Inleiding

- Vergeetachtigheid wordt vaker gemeld bij de huisarts dan vroeger; niet langer afgedaan als "hoort bij ouder worden".
- De klacht kan een **zuivere geheugenstoornis** zijn, óf onderdeel van bredere cognitieve stoornissen: traagheid, afasie, apraxie, problemen met abstract denken.
- Cognitieve stoornissen mét gevolgen voor functioneren = **dementie**. Hobby's lukken steeds slechter, sociale terugtrekking, administratie loopt mis, decorumverlies, uiteindelijk daling van zelfzorg (toezicht → begeleiding → overname).
- **Stemming lijdt mee**: vooral vroeg in dementie veel depressies en angst.
- **Delier** sluit de diagnose dementie uit zolang het bestaat. Delier = acuut begin, bewustzijnsdaling, hallucinaties, (nachtelijke) onrust. Dementie = geleidelijk beloop.
- Angst voor dementie speelt bij veel patiënten; zeker bij familieanamnese. Klacht serieus nemen en objectiveren.
- Reversibiliteit is het grootst als een **behandelbare oorzaak** (medicatiebijwerking, intracranieel proces, subduraal hematoom) vroeg wordt opgespoord.
- Tijdig diagnose stellen = niet te laat (al ernstige schade), niet te vroeg (geen hulpvraag). Een diagnose neemt onzekerheid weg.

## De klacht bij de dokter

- Huisarts ziet `~2,9/1000`patiënten/jaar met geheugenklachten (ICPC P20). Sterke leeftijdstoename:

  - `65–75 jr`: `5,4/1000/j`
  - `> 75 jr`: `18,7/1000/j`
  - vrouwen `3,5/1000`, mannen `2,3/1000`
- Incidentie einddiagnose dementie (P70, Nivel `2018`): `1,2/1000/j` (`0,9` m, `1,4` v).
- Per normpraktijk (`2095` patiënten): `~14` patiënten met dementie, `2–3` nieuwe per jaar.
- Kans op dementie stijgt sterk met leeftijd: `60–64j` `0,4/1000/j` → `> 85j` `26,5/1000/j`. Vrouwen `> 70j` incidentie `33–50 %` hoger dan mannen. Lage SES = risico-indicator bij `60–70`-jarigen.
- Geen somatische aanwijzingen → geen haast met diagnostiek. Beloop in tijd is zelf een diagnostisch gegeven.
- Klacht is vaak vaag: "het gaat niet meer zo goed", "hij gaat achteruit". Soms expliciet (namen, alles moeten opschrijven). Angst voor dementie speelt bijna altijd; benoem of vraag ernaar.
- Vermoeden dementie kan **niet in één consult** worden bevestigd; meerdere contacten + bij voorkeur huisbezoek.

<note>

FaMe-net cijfers bij `1e` consult voor contactreden geheugenstoornis (P20): lichamelijk onderzoek `44 %`, urineonderzoek `6 %`, bloedonderzoek `17 %`, microbiologisch/immunologisch `7 %`. Verwijzing bij `1e` consult: `16 %`.

</note>

### Signaleren en screening

- Discrepantie tussen prevalentie cognitieve stoornissen in de bevolking en wat de huisarts ziet → roep om screening. Nederlandse consensus: **niet zinvol**.
- Argumenten tegen populatiescreening:

  - ouderen werken vaak niet mee aan cognitieve screening
  - matige testkarakteristieken → fout-positieven (onnodig vervolgonderzoek) én fout-negatieven (gemiste stoornissen)
  - vroege dementie geeft nog weinig klachten + er is geen curatieve therapie → meerwaarde van problematiseren beperkt
- Praktische aanpak: **laagdrempelig diagnostiek** bij signalen van cognitieve stoornis. Hulpvraag patiënt/naaste = trigger.
- Vaak ontbreekt de hulpvraag (gebrek aan ziekte-inzicht) → gevaarlijke situaties die niemand opmerkt: slechte zelfzorg, ondervoeding, medicatiefouten, dwalen, gas aanlaten. **Proactieve houding** van de huisarts is nodig.
- Signalen worden vaak pas zichtbaar in bijzondere situaties: partner valt weg, vakantie, ziekenhuisopname.
- Bespreekbaar maken is lastig als de patiënt ontkent en de omgeving signaleert. Een partner kan zorgen apart melden buiten de patiënt om.

## Pathofysiologie en differentiële diagnose

### Dementiesyndroom

Diagnose dementie volgens **McKhann-criteria** (NHG-Standaard *Dementie* `2020` + multidisciplinaire richtlijn): cognitieve of gedragsmatige symptomen → duidelijke beperking in sociaal/beroepsmatig functioneren → toegenomen t.o.v. eerdere niveau → niet verklaard door delier of depressie.

Beperking in `≥ 2` van de domeinen:

- nieuwe informatie opslaan en onthouden
- redeneren, complexe taken, inschattingsvermogen
- visuospatiële functies
- taalfuncties
- gedrag en persoonlijkheid

Diagnose op basis van **anamnese, heteroanamnese en objectieve cognitietest** (MMSE of MoCA).

<table>
<thead>
  <tr>
    <th>
      Domein
    </th>
    
    <th>
      Subdomein
    </th>
    
    <th>
      Symptomen
    </th>
  </tr>
</thead>

<tbody>
  <tr>
    <td>
      <strong>
        Cognitie
      </strong>
    </td>
    
    <td>
      geheugen
    </td>
    
    <td>
      nieuwe info moeilijk aanleren, vergeet afspraken/gesprekken, dingen kwijt, valt in herhaling
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      
    </td>
    
    <td>
      taal
    </td>
    
    <td>
      woordvindstoornissen, moeite met conversatie, taalverarming, gesproken/geschreven taal niet begrijpen
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      
    </td>
    
    <td>
      ruimtelijk inzicht
    </td>
    
    <td>
      de weg kwijt, autorijden lastig, desoriëntatie in nieuwe omgeving
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      
    </td>
    
    <td>
      complexe handelingen
    </td>
    
    <td>
      financiën, koken, nieuwe situaties, overzichtsverlies, apraxie
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      
    </td>
    
    <td>
      oordeelsvermogen
    </td>
    
    <td>
      begrip ↓, abstractie ↓, situaties slecht beoordelen, gestoord tijdsbesef
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      <strong>
        Psychiatrisch + gedrag
      </strong>
    </td>
    
    <td>
      denkinhoud / perceptie
    </td>
    
    <td>
      achterdocht, misidentificaties, hallucinaties, wanen
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      
    </td>
    
    <td>
      stemming
    </td>
    
    <td>
      affectlabiliteit, depressie, angst
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      
    </td>
    
    <td>
      gedrag
    </td>
    
    <td>
      onzekerheid, initiatiefverlies, apathie, traagheid, prikkelbaarheid, rigiditeit, façadegedrag, ontremming, confabuleren, zelfverwaarlozing, eet-/slaapveranderingen
    </td>
  </tr>
</tbody>
</table>

Onderliggende oorzaken (nosologische diagnose): **Alzheimer + vasculaire dementie** zijn het meest voorkomend en treffen vooral ouderen. Frontotemporale en Lewy-body-dementie zijn zeldzamer.

### Subtypen

<accordion>
<accordion-item icon="i-lucide-brain" label="Ziekte van Alzheimer (~65 %)">

- Traag progressief over maanden tot jaren.
- Atrofie begint in de **mediale temporaalkwab / hippocampus** → breidt uit naar de hersenschors.
- Microscopisch: **β-amyloïd-plaques** tussen neuronen + **neurofibrillaire tangles** (tau-eiwit) in neuronen.
- Multicausaal: inflammatie, oxidatieve stress, DNA-mutatie, vasculaire schade. Mechanisme niet volledig opgehelderd.
- Geheugen op de voorgrond, later meerdere domeinen.

</accordion-item>

<accordion-item icon="i-lucide-heart-pulse" label="Vasculaire dementie (~22 %)">

- Dementiesyndroom door vasculaire hersenschade. Klinisch beeld heterogeen (grote tot kleine vaten).
- Beloop: **schoksgewijs** (functie blijft soms gelijk of verbetert) óf geleidelijk progressief; geheugen soms lang gespaard.
- Vergeleken met Alzheimer: vroeg **mobiliteitsstoornissen** + **incontinentie**, fluctuerend beloop, baat bij structuur en cues.
- Vaak persoonlijkheids-/stemmingsveranderingen, apathie, depressie, emotionele labiliteit.
- Typische afwijkingen op CT/MRI (witte-stof-lesies, infarcten).
- Dementie na CVA bij `14–26 %` van CVA-patiënten; onderscheiden van geïsoleerde focale cognitieve stoornissen of aanpassingsproblemen.

</accordion-item>

<accordion-item icon="i-lucide-layers" label="Gemengde dementie">

- Onderscheid Alzheimer vs. vasculair klinisch én neuropathologisch lastig; overlap.
- Met ouder worden steeds vaker een mengbeeld. Schatting: `~70 %` van oudere Alzheimerpatiënten heeft ook duidelijke cerebrovasculaire bijdrage.
- Op hoge leeftijd ook mengvormen met andere oorzaken.

</accordion-item>

<accordion-item icon="i-lucide-eye" label="Dementie met Lewy-bodies (~2 %)">

- **Parkinsonisme**: tremor, rigiditeit, traag bewegen, gebogen houding, kleine pasjes.
- Hersenschors: Lewy-bodies (eiwitafzettingen, post mortem aantoonbaar).
- Vroeg: **aandachtsstoornissen**. Vaak visuele hallucinaties, soms wanen. Sterke schommelingen, periodes van verwardheid.
- Vergeetachtigheid en andere cognitieve stoornissen komen **later** op de voorgrond.
- Onderscheid: dementie **vóór of gelijktijdig** met parkinsonisme → dementie met Lewy-bodies; dementie **pas later** in M. Parkinson → parkinsondementie.

</accordion-item>

<accordion-item icon="i-lucide-user-x" label="Frontotemporale dementie (~4 %)">

- Zeldzaam, vaak vóór het `65e jaar` (kan ook later).
- Begint met **gedragsveranderingen**: onverschillig of juist opdringerig/grensoverschrijdend (decorumverlies).
- Concentratie- en planningsproblemen, woordvindstoornissen, spraak gestoord.
- Geheugenproblemen kunnen ontstaan maar staan zelden op de voorgrond. Oriëntatie meestal behouden.
- Vaak dwangmatig gedrag. Soms taalstoornissen op de voorgrond.
- Atrofie frontale + temporale kwabben. Een deel is erfelijk.

</accordion-item>

<accordion-item icon="i-lucide-circle-dot" label="Andere dementiesyndromen">

Verder: dementie bij M. Parkinson, Creutzfeldt-Jakob, aids-dementie, normal pressure hydrocephalus (NPH). Niet uitgewerkt.

</accordion-item>
</accordion>

### DSM-5: indeling neurocognitieve stoornissen

Neurocognitieve stoornis (NCS) door:

- ziekte van Alzheimer
- vasculaire oorzaak
- frontotemporale afwijkingen
- Lewy-lichaampjes
- traumatisch hersenletsel
- hiv-infectie
- prionziekte
- M. Parkinson
- M. Huntington
- middelen / medicatie
- andere aandoening, meerdere oorzaken of niet-gespecificeerd

<note>

DSM-`5` spreekt niet meer van een algemeen "dementiebegrip" maar van **neurocognitieve stoornissen** (mild en major).

</note>

### Lichte cognitieve stoornissen (MCI)

- Objectieve lichte cognitieve stoornis **zonder beperking** in dagelijks functioneren; dat is het verschil met dementie.
- Diagnose MCI valt **niet in de** **1e** **lijn**, soms in de `2e` lijn.
- MMSE-prestaties slechter dan op grond van leeftijd/opleiding verwacht.
- `~50 %` ontwikkelt dementie binnen `3 jaar`.
- Vaker bij slechtere lichamelijke gezondheid; comorbiditeit vergroot kans op progressie.
- Aanvullend onderzoek heeft beperkte voorspellende waarde, vooral op oudere leeftijd. Follow-up afstemmen op voorkeuren patiënt/mantelzorger.

### Somatische oorzaken en comorbiditeit

Veel somatische ziekten gaan gepaard met cognitieve stoornissen; soms via een delier. Lang niet altijd causaal; vaak toevallige comorbiditeit.

<table>
<thead>
  <tr>
    <th>
      Categorie
    </th>
    
    <th>
      Voorbeelden
    </th>
  </tr>
</thead>

<tbody>
  <tr>
    <td>
      <strong>
        Intern geneeskundig
      </strong>
    </td>
    
    <td>
      hypothyreoïdie, hart-/longafwijkingen, anemie, diabetes, nierfunctiestoornis, elektrolytstoornissen, B₁₂/foliumzuur ↓
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      <strong>
        Alcohol
      </strong>
    </td>
    
    <td>
      B₁-tekort → Wernicke → Korsakov; cirrose + ↑ ammoniak; cerebrovasculaire en directe neuronale schade
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      <strong>
        Neurologisch
      </strong>
    </td>
    
    <td>
      M. Parkinson, CVA, NPH (cognitie + loopstoornis + incontinentie), subduraal hematoom, hersentumor of -metastase
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      <strong>
        Medicatie
      </strong>
    </td>
    
    <td>
      anticholinergica, benzodiazepinen, antipsychotica, opioïden
    </td>
  </tr>
</tbody>
</table>

<note>

**Acute alcoholintoxicatie** geeft cognitieve stoornissen die volledig reversibel zijn binnen `~12 weken` na staken. Excessief gebruik blijft een belangrijke risicofactor voor dementie via meerdere routes.

</note>

<warning>

**Kader: Delier**
Verwardheid + **gedaald of wisselend bewustzijn**, acuut begin, wisselend beloop, cognitieve stoornissen ± motorische onrust. Veroorzaakt door lichamelijke ziekte, intoxicatie of onthouding. Aanpak: somatische oorzaak opsporen en behandelen. **De diagnose dementie kan alleen worden gesteld bij afwezigheid van een delier.**

<br />
</warning>

<note>

**Kader: Korsakov-syndroom**
Ernstige geheugenstoornissen + confabulaties + onvermogen anderen in te schatten + zelfoverschatting. Géén andere cognitieve stoornissen → **géén dementie**. Langetermijngevolg van overmatig alcoholgebruik via vitamine-B₁-tekort, vaak na (soms onopgemerkt) doorgemaakt syndroom van Wernicke.

<br />
</note>

### Depressie

- Bij depressie ontstaan cognitieve klachten via **aandachtsverlies** (inprenting gestoord) + **interesseverlies** (ophalen van opgeslagen informatie gestoord).
- Andersom: **beginnende dementie** kan stemmingsstoornissen geven.
- Depressieve klachten bij ouderen zonder dementie zijn geassocieerd met cognitieve achteruitgang.

### Overige psychische en sociale problemen

Vergeetachtigheid en concentratieproblemen komen ook voor bij **overspannenheid** en **functionele klachten**. Kenmerk: géén objectieve vermindering van cognitief prestatieniveau.

## Kansverdeling van diagnosen

Einddiagnose bij contactreden geheugenstoornis (FaMe-net, ICPC P20). De huisarts blijft vaak hangen bij een **symptoomdiagnose**; verdere classificatie ontbreekt dan.

<table>
<thead>
  <tr>
    <th>
      Einddiagnose
    </th>
    
    <th>
      Aandeel
    </th>
  </tr>
</thead>

<tbody>
  <tr>
    <td>
      Geheugenstoornis (symptoomdiagnose)
    </td>
    
    <td>
      <code>
        62 %
      </code>
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      Cystitis / urineweginfectie
    </td>
    
    <td>
      <code>
        6 %
      </code>
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      Dementie
    </td>
    
    <td>
      <code>
        5 %
      </code>
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      Neurastenie / surmenage
    </td>
    
    <td>
      <code>
        2 %
      </code>
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      Voorbijgaande cerebrale ischemie (TIA)
    </td>
    
    <td>
      <code>
        2 %
      </code>
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      Algemene moeheid / zwakte
    </td>
    
    <td>
      <code>
        2 %
      </code>
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      Hyperkinetische stoornis
    </td>
    
    <td>
      <code>
        2 %
      </code>
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      Andere organische psychose
    </td>
    
    <td>
      <code>
        1 %
      </code>
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      Commotio cerebri
    </td>
    
    <td>
      <code>
        1 %
      </code>
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      Geneesmiddelbijwerking
    </td>
    
    <td>
      <code>
        1 %
      </code>
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      Angstig / gespannen gevoel
    </td>
    
    <td>
      <code>
        1 %
      </code>
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      Depressieve stoornis
    </td>
    
    <td>
      <code>
        1 %
      </code>
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      Angst voor psychische ziekte
    </td>
    
    <td>
      <code>
        1 %
      </code>
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      Andere psychische ziekte / symptomen
    </td>
    
    <td>
      <code>
        2 %
      </code>
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      Geen ziekte
    </td>
    
    <td>
      <code>
        1 %
      </code>
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      CVA
    </td>
    
    <td>
      <code>
        1 %
      </code>
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      Pneumonie
    </td>
    
    <td>
      <code>
        1 %
      </code>
    </td>
  </tr>
</tbody>
</table>

<note>

`62 %` blijft een symptoomdiagnose; vergeetachtigheid wordt vaak niet verder geclassificeerd. Dat pleit voor geduld en follow-up, niet voor agressief aanvullend onderzoek.

</note>

### Verdeling binnen dementie

- Alzheimer: `~65 %`
- Vasculaire component: `~22 %`; waarvan `14 %` mengbeeld met Alzheimer en `1 %` met andere vorm
- Lewy-body-dementie: `~2 %`
- Frontotemporale dementie: `~4 %`
- Overig: `~13 %`

## Betekenis van voorkennis en context

- **Hart-/vaatziekten en CV-risicofactoren** in de voorgeschiedenis → relevant voor vasculaire dementie en Alzheimer.
- **Overmatig alcoholgebruik** in de voorgeschiedenis: extra aandacht.
- **Eerdere depressie** → iets grotere kans dat huidige vergeetachtigheid in het kader van een nieuwe depressie staat.
- **Oude hoofdtrauma's** → iets verhoogde dementiekans.
- **Recent hoofdtrauma** (`< 6 wk`) → denk aan subduraal hematoom.
- **M. Parkinson**: `30–50 %` ontwikkelt dementie in het beloop.

## Betekenis van de (hetero)anamnese

Anamnese **én** heteroanamnese; alleen samen geven een betrouwbaar en compleet beeld. Plan een apart contact mét naaste of een huisbezoek.

<note>

**Kader: Klagen over het geheugen**
Het oude idee dat wie zelf klaagt niet dement is, klopt niet. Mensen die zelf klagen hebben juist **méér** kans op dementie; vroeg in dementie is ziekte-inzicht vaak nog aanwezig. De kans op dementie is groter wanneer ook de **omgeving** klaagt; zeker als het dagelijks functioneren is gestoord. Geheugenklachten bij patiënten met gestoorde cognitie voorspellen mate van achteruitgang.

<br />
</note>

### Aard van de geheugenklachten

- Waaraan merkbaar: namen, afspraken, boodschappen? Vaak iets kwijt? Vergissen in tijd of weg? Essentiële zaken of bijzaken? Schiet later wel te binnen?
- Hoe was het geheugen voorheen; opleidingsniveau, beroepsmatig functioneren?
- Aandacht en concentratie?
- Belemmeren de klachten het dagelijks functioneren?

Test-vraagjes ter plekke:

- welke dag is het vandaag?
- wat heeft u gisteren gedaan of gegeten?
- welk nieuwsitem van de afgelopen week is u bijgebleven?

### Andere cognitieve functies

- **Complexe taken**: huishoudelijke apparaten, financiën, koken, organiseren (verjaardag).
- **Visuospatieel**: bekend gezicht of voorwerpen herkennen, de weg vinden.
- **Taal**: op woorden komen, gesprek volgen, iets uitleggen.

### Duur en beloop

- Wanneer begonnen? Soms gekoppeld aan een gebeurtenis (ziekenhuisopname, verlies partner); etiologisch verband meestal afwezig; de gebeurtenis maakt patiënt en omgeving bewust van al langer bestaande klachten.
- Langzame achteruitgang of periodes van stilstand of verbetering?
- Geleidelijk progressief → AD; schoksgewijs → vasculair; acuut + fluctuerend bewustzijn → delier; subacuut + stemming op de voorgrond → depressie.

### Praktisch en sociaal functioneren

- Patiënt legt functies neer "omdat het niet meer gaat" → doorvragen wát niet meer gaat.
- Hobby's nog op hetzelfde niveau als voorheen?
- Vasthouden aan bekende patronen of nog nieuwe vaardigheden aanleren?
- Nieuwe apparatuur in huis; moeite mee?
- Hobby's of vrijwilligerswerk neergelegd?
- Heeft de omgeving taken overgenomen die de patiënt vroeger zelfstandig deed?

### Somatische en tractusanamnese

Twee doelen:

1. **Delieroorzaken** opsporen + somatische oorzaken van cognitieve klachten uitsluiten. Bijkomende klachten kunnen wijzen op neurologische oorzaak of exogeen organische aandoening (infecties, metabool, endocrien).
2. **Comorbiditeit** opsporen die dementie verergert én implicaties heeft voor behandeling en begeleiding.

Vraag specifiek naar **anticholinergica, benzodiazepinen, antipsychotica, opioïden** (start/stop/dosisverandering), alcohol (hoeveelheid, frequentie, "stiekem" drinken), voedingstoestand en recente val-/botsingincidenten.

### Neuropsychiatrische symptomen en gedrag

Stemmingsklachten, angst, apathie, interesseverlies, prikkelbaarheid. Wanen, hallucinaties, achterdocht. Anders omgaan met emoties? Onzekerheid, traagheid, rigiditeit, façadegedrag, ontremming.

### Cognitieve functietests

<table>
<thead>
  <tr>
    <th>
      Test
    </th>
    
    <th>
      Tijd
    </th>
    
    <th>
      Kenmerken
    </th>
  </tr>
</thead>

<tbody>
  <tr>
    <td>
      <strong>
        MMSE
      </strong>
      
       (Folstein <code>
        1975
      </code>
      
      )
    </td>
    
    <td>
      <code>
        5–10 min
      </code>
    </td>
    
    <td>
      Meerdere domeinen, duidelijke normen, beloop te objectiveren door herhaling. Beïnvloed door opleiding en leeftijd.
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      <strong>
        MoCA
      </strong>
      
       (Nasreddine <code>
        2005
      </code>
      
      )
    </td>
    
    <td>
      <code>
        10–15 min
      </code>
    </td>
    
    <td>
      In <code>
        1e
      </code>
      
       en <code>
        2e
      </code>
      
       lijn toenemend gebruikt. Géén bewijs voor hogere validiteit dan MMSE in de <code>
        1e
      </code>
      
       lijn.
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      <strong>
        Kloktekentest
      </strong>
    </td>
    
    <td>
      <code>
        < 5 min
      </code>
    </td>
    
    <td>
      Patiënt tekent klok met wijzers op bepaald tijdstip. Eenvoudig en aanbevolen als aanvulling.
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      <strong>
        RUDAS
      </strong>
      
       (Rowland Universal DAS)
    </td>
    
    <td>
      <code>
        ~25 min
      </code>
    </td>
    
    <td>
      Bij laaggeletterdheid en/of migratieachtergrond. Bij voorkeur met <strong>
        formele tolk
      </strong>
      
       (geen familie).
    </td>
  </tr>
</tbody>
</table>

<note>

**Kader: MMSE**`5–10 min` af te nemen. Domeinen: oriëntatie, concentratie, taal, rekenen, geheugen, ruimtelijke oriëntatie. Sensitiviteit matig (`31–85 %`), specificiteit goed (`80–100 %`). Beïnvloed door opleidingsniveau en leeftijd; leeftijdsafhankelijke normen. **Somscore** **< 24** **→ cognitieve stoornis.** Niet geschikt voor vroege opsporing van dementie. MoCA wordt steeds vaker gebruikt, maar er is geen bewijs dat MoCA in de `1e` lijn valider is dan MMSE.

<br />
</note>

## Betekenis van het lichamelijk onderzoek

Doel: somatische oorzaken opsporen, vorm van eventuele dementie inschatten, comorbiditeit. NHG-Standaard adviseert in alle gevallen:

- temperatuur, pols, bloeddruk
- auscultatie hart en longen
- visus en gehoor (correctieapparatuur aanwezig en gebruikt?)
- uiterlijke verzorging
- oriënterend neurologisch onderzoek bij verdenking neurologische aandoening (intracraniële afwijkingen, M. Parkinson): gezichtsvelden, oogbewegingen, focale uitval, bradykinesie, rigiditeit, rusttremor, houdingsinstabiliteit

Uitbreiden op indicatie. **X-thorax** en/of **ECG** op indicatie (ernstige longafwijking, hartfalen).

<warning>

**Alarmsignalen**

- **Bewustzijnsdaling of fluctuatie** → denk delier.
- **Recent hoofdtrauma** → denk subduraal hematoom.
- **Focale neurologische uitval** → denk TIA / CVA / hersentumor.
- **Snel progressief beloop** (weken–maanden) → laagdrempelig beeldvorming + verwijzing.
- **Leeftijd** **< 65 jaar** → atypisch, verwijs voor brede differentiatie.

</warning>

## Betekenis van aanvullend onderzoek

### Bloedonderzoek

Aanbevelingen berusten op consensus, niet op wetenschappelijk bewijs → argument om **selectief en op indicatie** te bepalen. NHG-Standaard adviseert geen routinebepaling, alleen bij aanwijzingen. Mogelijke bepalingen:

- `Hb`
- `BSE` of `CRP`
- glucose
- `TSH`
- creatinine / `eGFR`
- vitamine `B₁`, `B₆`, `B₁₂`, foliumzuur
- `Na`, `K`
- `Ca` + albumine

Aandachtspunten:

- Hypothyreoïdie komt veel voor bij ouderen; bijdrage aan cognitieve problemen onduidelijk.
- `Na` / `K` / nierfunctie: vooral bij diuretica of hartfalen.
- B₁ / B₆ / B₁₂ / foliumzuur: bij deficiënte voeding of alcoholmisbruik.
- Niet aangetoond: correctie van vitaminedeficiëntie verbetert mentaal functioneren.

### Beeldvormend onderzoek

<table>
<thead>
  <tr>
    <th>
      Indicatie
    </th>
    
    <th>
      Modaliteit
    </th>
  </tr>
</thead>

<tbody>
  <tr>
    <td>
      Snel progressief beloop, leeftijd <code>
        < 65j
      </code>
      
      , focale uitval, recent trauma
    </td>
    
    <td>
      CT of MRI
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      Uitsluiten behandelbare oorzaak (SDH, tumor, NPH)
    </td>
    
    <td>
      CT voldoende
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      Positieve aanknopingspunten (bv. hippocampusatrofie bij Alzheimer)
    </td>
    
    <td>
      MRI
    </td>
  </tr>
  
  <tr>
    <td>
      Vasculaire dementie formeel onderbouwen
    </td>
    
    <td>
      CT of MRI
    </td>
  </tr>
</tbody>
</table>

<note>

**Beeldvorming bij Alzheimer**

- Bij een klinisch duidelijk Alzheimer-beeld is beeldvorming **niet nodig**; `~10 %` toevalsbevindingen, meestal betekenisloos, wél onrust.
- Hoe klassieker het beeld en hoe minder comorbiditeit, hoe minder reden voor een scan.
- Leg patiënt en mantelzorger uit waaróm een scan vaak geen toegevoegde waarde heeft.

</note>

### Neuropsychologisch onderzoek (NPO)

Vragen die NPO kan beantwoorden:

- dementie of vooral stemmingsstoornis?
- bij twijfel: welk type dementie?
- functieprofiel: welke functies aangedaan vs. behouden? → zorgbehoefte (verhuizing, reizen, eigen medicatiebeheer).

NPO is **géén gouden standaard**. Altijd interpreteren in licht van ander onderzoek, bij voorkeur multidisciplinair.

### Geheugenpolikliniek

- Diverse aanvullende diagnostiek beschikbaar; traject meestal `1–2 dagen`.
- Belasting voor oudere patiënt soms groot.
- Diagnostische onzekerheid blijft vaak deels bestaan; verder beloop is bepalend, zeker bij vroege dementie.
- Multidisciplinair team: psychiater, neuroloog, klinisch geriater, neuropsycholoog, maatschappelijk werk. Ook bij geriatrische afdelingen van het ziekenhuis.

### Ouderen-GGZ en (thuis)zorginstellingen

- Samenwerking (thuis)zorg + ouderen-GGZ in veel regio's → ketenzorg.
- **Ziektegerichte én zorggerichte diagnostiek.** Oorzaak van gedragsproblemen wordt nagegaan.
- Multidisciplinair: specialisten ouderengeneeskunde, psychologen, SPV, gespecialiseerde thuiszorg, ouderenadviseurs gemeente.
- Diagnostiek vaak (deels) thuis: huisbezoek door specialist ouderengeneeskunde of verpleegkundige.
- **Casemanager** per cliënt = eerste aanspreekpunt, regelt mantelzorgondersteuning, dagopvang en respijtzorg.
- Afstemming en informatie-uitwisseling met de huisarts is belangrijk.

## Verwant

- [Delier](/aandoeningen/delier): NHG-samenvatting delier
- [Depressie](/aandoeningen/depressie): bij verdenking depressieve pseudo-dementie
- [Polyfarmacie](/aandoeningen/polyfarmacie): anticholinerge last en medicatiebeoordeling
- [TIA](/aandoeningen/tia-herseninfarct/tia) / [herseninfarct](/aandoeningen/tia-herseninfarct/herseninfarct-bloeding): bij focale uitval of vasculair beloop

<bronnen>

## Bron

### Hoofdbron

- Perry M, Dieleman AJM, Claassen JAHR, Olde Rikkert MGM. Vergeetachtigheid. In: *Diagnostiek van alledaagse klachten*. Hoofdstuk 70. Houten: Bohn Stafleu van Loghum; 2021. ISBN 978-90-368-2619-8 (print), 978-90-368-2620-4 (elektronisch). DOI: [10.1007/978-90-368-2620-4_70](https://doi.org/10.1007/978-90-368-2620-4_70). Online: [mijn.bsl.nl/vergeetachtigheid/19346460](https://mijn.bsl.nl/vergeetachtigheid/19346460).

### Classificatie en criteria

- McKhann GM, Knopman DS, Chertkow H, et al. The diagnosis of dementia due to Alzheimer's disease: recommendations from the National Institute on Aging-Alzheimer's Association workgroups on diagnostic guidelines for Alzheimer's disease. *Alzheimers Dement.* 2011;7(3):263–269.
- American Psychiatric Association. *Handboek voor de classificatie van psychische stoornissen (DSM-5)*. Amsterdam: Boom; 2014.

### Richtlijnen

- Nederlands Huisartsen Genootschap. NHG-Standaard *Dementie* (M21). 2020.
- Nederlandse Vereniging voor Klinische Geriatrie. *Richtlijn diagnostiek en behandeling van dementie*. Utrecht: NVKG; 2014 (in revisie).
- Nederlandse Vereniging voor Neurologie. *Richtlijn Mild Cognitive Impairment*. Utrecht: NVN; 2018.
- Vilans. *Zorgstandaard Dementie*. Beschikbaar via: [vilans.nl](https://www.vilans.nl/producten/zorgstandaard-dementie).

### Cognitieve tests

- Folstein MF, Folstein SE, McHugh PR. "Mini-mental state": a practical method for grading the cognitive state of patients for the clinician. *J Psychiatr Res.* 1975;12(3):189–198.
- Nasreddine ZS, Phillips NA, Bédirian V, et al. The Montreal Cognitive Assessment, MoCA: a brief screening tool for mild cognitive impairment. *J Am Geriatr Soc.* 2005;53(4):695–699.
- Vissenberg R, et al. Dementie bij oudere migranten: het gebruik van de RUDAS. *Huisarts Wet.* 2019;62(6):42–45.

### Patiënten- en naasteninformatie

- [alzheimer-nederland.nl](https://www.alzheimer-nederland.nl): Stichting Alzheimer Nederland
- [dementie.nl](https://www.dementie.nl): praktijkinformatie voor naasten
- [dementienetwerknederland.nl](https://www.dementienetwerknederland.nl): landelijk netwerk dementiezorg

</bronnen>
